Xillan Macrooy
‘Kunst kan je het gevoel geven dat je niet alleen bent’
Een groot deel van zijn leven woonde Xillan Macrooy (31) in Suriname. Op zijn tweeëntwintigste verhuisde hij naar Nederland, om aan de popafdeling van het Amsterdamse Conservatorium te studeren. Momenteel is hij bezig aan zijn ‘debuut drieluik’, dat bestaat uit een debuutroman, een album én zijn eerste theatervoorstelling.
‘Ik ben niet alleen maar muzikant, schrijver of theatermaker. Ik wil mij vrij kunnen bewegen tussen verschillende disciplines. Het meeste van mijn werk gaat over identiteit en de transformatie daarvan. Ik ben gefascineerd door hoe we als mens veranderen en hoe belangrijk het is die verandering te omarmen. Mijn roman gaat over het verleden. Het is een coming of age verhaal over ontdekken wie je bent en opgroeien als queer-persoon in Suriname. Het album gaat over mijn periode in Nederland tot nu toe, en het theaterstuk gaat deels over de geschiedenis, maar ook over de toekomst.’

Welke kunstenaars inspireren jou?
‘De Surinaamse schrijver en kunstschilder Edgar Cairo is een van mijn grootste helden. Er waren vroeger wel boeken, films en verhalen van mensen/personages die mij inspireerden, omdat bepaalde thema’s universeel zijn, maar ik kon geen verhalen vinden waarin mijn perspectief als Surinaamse queerman het hoofdperspectief was. Daarmee wil ik niet zeggen dat ze er niet waren, maar ze hebben mij destijds niet bereikt.
Pas later kwam ik er achter dat Cairo ook queer was, en ik was zo blij dat ik iemand had gevonden die al 20 jaar voordat ik überhaupt geboren was, al heel kleurrijk schreef en op zijn eigen manier met taal omging. Zijn naam stond wel op de literatuurlijst op de middelbare school, maar als de thema’s van zijn boeken besproken werden, ging het nooit over dat wat ik nodig had; het deel dat gaat over je seksuele identiteit.
Kunst kan je het gevoel geven dat je niet alleen bent. Ongemakkelijke thema’s benoemen kan zo’n verschil maken in het leven van iemand die zich niet gezien voelt. Ik kon mezelf niet volledig herkennen in de verhalen, omdat mijn situatie niet benoemd werd. Ik herkende mezelf op dat gebied vooral in verhalen uit andere delen van de wereld.
Het zit me echt dwars dat veel queer-Surinamers mij als kind niet bereikt hebben. Dan denk ik: ik kan nu wel op een podium gaan staan, luid zijn, en dingen zeggen die ik voel, maar wacht mij uiteindelijk hetzelfde lot als Edgar Cairo? Als iemand dit verhaal, of mijn verhaal, over twintig of dertig jaar nodig heeft om zich gezien te voelen, gaat diegene het dan kunnen vinden?’
Welke muziek luister je graag?
‘Tijdens het schrijven van mijn roman heb ik veel naar experimentele muziek geluisterd. Normaal luister ik altijd naar de songteksten, maar als ik zelf schrijf, leidt dat te veel af. Instrumentale muziek helpt me te concentreren. De juiste muziek geeft me zelfs het gevoel dat ik echt in de scène zit, alsof de ruimte waarin ik zit, transformeert naar de wereld die ik op papier creëer.
De albums van o.a. Floating Points, Duval Timothy, Emille Mosseri, en Nicholas Britell, hebben mij geholpen de afgelopen achttien maanden. Ze vormen de soundtrack van mijn roman.’
Welke film moet iedereen volgens jou gezien hebben?
‘Moonlight’ van Berry Jenkins. Het is een coming of age verhaal over een jongen, Chiron, die opgroeit in een wijk waar het niet fijn is. Er zijn veel drugsproblemen en zijn moeder is verslaafd. De straat is zowel een thuis als een plek vol dreiging. Chiron weet dat hij anders is, omdat hij op jongens valt. De manier waarop dat verhaal verteld wordt, zowel in taal als beeld, maar ook door de muziek van Nicholas Britell is geweldig. Het was alsof ik zelf in die film had kunnen zitten, alsof het mijn verhaal was.
Chiron is een zwarte Amerikaanse jongen en er zitten zoveel gelijkenissen in de film over het beeld van mannelijkheid, wat een ideale man zou zijn en wat er op het spel staat als je dat níet bent. Dat herkende ik erg vanuit Suriname. Ik voelde me gezien door deze film.’

Welke podcast luister je graag?
‘Ik luister en kijk graag naar de interviews met kunstenaars op het YouTube-kanaal Louisiana Channel. Het is zo gefilmd dat het lijkt alsof je zelf met de makers in gesprek bent. Het is fascinerend en inspirerend om van andere kunstenaars te horen hoe zij hun werk benaderen. Sommige interviews hebben mijn horizon enorm verbreed en mijn wereldbeeld veranderd, bijvoorbeeld die met Ocean Vuong.
Hij praat heel poëtisch, en ik was een groot fan van zijn eerste roman Op aarde schitteren we even. In het interview stelde hij zichzelf de vraag wat nou een typisch Amerikaans verhaal is. En wat is dan een typisch Aziatisch-Amerikaans verhaal? Toen zei hij: “Elk woord dat ik zeg, de manier waarop ik het zeg, de plek waar ik die woorden vandaan haal, het is allemaal gekleurd door mijn Aziatisch-Amerikaanse perspectief. Het feit dat mijn voorouders als immigranten naar Amerika zijn gekomen, het feit dat mijn moeder niet kon lezen, in de manier waarop ik praat zit eigenlijk mijn hele geschiedenis. Niet alleen die van mij, maar ook die van mijn moeder en de mensen daarvoor.”
Toen dacht ik: ik hoef niet te bewijzen dat ik Surinaams genoeg ben. Het zit allemaal in de manier waarop ik praat. Soms is mijn accent wat zwaarder, soms is het er helemaal niet, maar het voelde opeens alsof ik mezelf en mijn identiteit niet meer hoefde te bewijzen.
Ook het interview met Colm Tóibín was zo’n eye-opener. Niet zo lang geleden werd ik wakker en dacht ik: O nee, mijn roman is af. Er zijn nu al mensen uit mijn team die het lezen en straks gaan nog veel meer mensen het lezen. Het verhaal is niet alleen maar fictief of autobiografisch. Het is alles door elkaar.
Tóibín had het precies over die gewaarwording, dat je iets neemt dat niet alleen van jou is, maar ook van andere mensen. En dat ‘iets’ is geen mooi, afgerond geheel, maar leeft nog steeds in ieders leven. En dan ga je daar fictie van maken en het uitbrengen. Tóibín zei: “Ik weet niet of het moreel gezien juist is, maar ik doe het. Als ik deze verhalen niet schrijf, verdwijnen ze.”
Maar het is ingewikkeld, want het is niet alleen ‘wat tof dat je een verhaal een platform geeft’, er zit ik een tegenstrijdigheid in. Het is het verhaal dat ik wil vertellen, omdat ik voel dat het moet, maar ik weet niet wat de impact gaat zijn of hoe mensen die zichzelf in de personages herkennen zich ertoe gaan verhouden.
Door deze podcast voel ik wederom dat ik niet alleen ben. Er zijn veel kunstenaars die maken omdat het moet, van zichzelf. Ook zij worstelen met de ingewikkeldheid daarvan. Dat geeft me hoop.’
Heb je een quote, mantra of wijsheid die je inspireert?
‘‘I am human and therefore nothing human can be alien to me.’ Ik heb hem van Maya Angelou, maar de originele, Latijnse quote is veel ouder.
Het is zo makkelijk om naar anderen te kijken en te denken: dat zou ik nóóit doen of zeggen. Je creëert bewust een afstand tot mensen, vooral als er lelijke dingen gebeuren. Maar niets wat die andere mensen doen, is onmenselijk. Vrede en liefde zijn keuzes, net als de lelijke dingen waartoe iedereen in staat is. Ik geloof echt dat we allemaal in staat zijn tot grootse, liefdevolle dingen, en tot de lelijkste dingen. Het hangt allemaal af van de context. Dat heeft de geschiedenis ook keer op keer bewezen.
Door deze quote herinnert me eraan dat alles wat er op de wereld gebeurt, ook kan gebeuren op de plek waar ik ben. Of het nou gaat om oorlog, hongersnood of mooie dingen. Dat is zowel geruststellend als verontrustend. Ik heb deze gedachte nodig om kunst te kunnen maken. Het is waar de urgentie vandaan komt. Ik wil deel uitmaken van de mensen die misschien, met wat ze doen, een kleine of grote rol mogen spelen om deze plek iets fijner te maken voor iedereen. Ik geloof dat kunst dat kan doen.’
Deze substack is gratis, maar overweeg een kleine donatie, zodat ik meer onafhankelijk werk kan maken 🙏🏻


